Deprecated: Function split() is deprecated in /home/pbrf218564/domains/newkindofpolicy.nl/public_html/config.inc.php on line 20
New Kind of Policy - Adviseur voor functionele beleidsprocessen in de 21e eeuw

Warning: Creating default object from empty value in /home/pbrf218564/domains/newkindofpolicy.nl/public_html/classes/c_News.php on line 85

De Laatsten der linialen

Bron: Elsevier 6-10-2001 door Eric Vrijsen Terug

Het politieke leven kent talloze eigenaardigheden en een ingenieur zal daar nooit aan wennen.
Zo gelden voor het vervoer van explosieve en giftige stoffen per trein veel strengere normen dan voor het transport van dezelfde stoffen per vrachtwagen. Vreemd, want er gebeuren meer ongelukken met vrachtwagens.
Ook staat de noodzaak van de maatregelen die de overheid neemt tegen de gekke koeien ziekte BSE in geen verhouding tot de gezondheidsrisico’s door de salmonella-bacterie, waartegen de autoriteiten echter veel minder daadkrachtig optreden.
Langs de Maas in Zuid-Limburg werden de laatste jaren kades gebouwd, waardoor de gevaren zijn toegenomen. Want slaat het water er eenmaal overheen, dan worden mensen pas echt overrompeld door de erfvijand.
Een pompstation met een grote LPG-tank is veiliger dan een station met een kleine tank. Dit komt doordat het minder vaak wordt bevoorraad, waardoor de kans kleiner is dat LPG ontsnapt tijdens het bijvullen van de tank. Maar geen politicus die de burgers dáárvan kan overtuigen. Mensen zijn nu eenmaal zó geobsedeerd door de angst voor een mega-knal, dat ze volkomen vergeten hoe ze ook bij een kleinere klap om het leven kunnen komen.
De ingenieurs in de politiek zouden ten strijde moeten trekken tegen dit soort irrationaliteiten. Maar er is geen beginnen aan. De hedendaagse politiek komt neer op het managen van publieke emoties. Politici zijn communicatoren. Zij surfen op de golven van de publieke opinie: nu eens algehele verontwaardiging, dan weer massale euforie.
Het openbaar bestuur neemt de sentimenten van de burgerij vrijwel klakkeloos over. Logisch dat ingenieurs zich steeds minder aangetrokken voelen tot de politiek.
Tussen de hordes doctorandussen en meesters in de rechten die de politieke circuits bevolken, zijn de ingenieurs tegenwoordig met een lampje te zoeken. In het kabinet zit - sinds het vertrek van ingenieur en econoom Jo Ritzen in 1998 - geen enkele ‘ir’ meer. In de Tweede Kamer houdt zich slechts een handjevol volksvertegenwoordigers met een Beta-opleiding schuil. In de rangen van burgemeesters, wethouders en gedeputeerden tref je ze ook al nauwelijks meer aan.
Dat is wel eens anders geweest!
Decennialang hadden ingenieurs een vooraanstaande positie in de politiek. Vóór de oorlog was hun positie ijzersterk in de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), de voorloper van de PvdA. Ir. Albarda volgde begin jaren twintig de revolutionaire Pieter Jelles Troelstra op als SDAP-leider en vanaf dat moment stond de partij in principe klaar om te regeren. De SDAP kende een speciale vereniging voor rode ingenieurs, zoals nu de Rooie Vrouwen in de huidige PvdA. In diverse steden introduceerde de SDAP het ‘ingenieurs-socialisme’ dat vooral tot uiting kwam in volkshuisvesting (zoals door ir. Bakker Schut in Den Haag); openbaar vervoer; leidingenstelsels voor drinkwater en riolering. In 1935, legde elektrotechnicus ir. Hein Vos - directeur van het wetenschappelijk bureau van de SDAP - met zijn ‘Plan voor de Arbeid’ de ideologische grondslag voor een Nederlandse versie van de verzorgingsstaat. Daarmee was ook de programmatische basis gelegd voor de na-oorlogse PvdA, de Partij van de Arbeid.
Ook de Staatkundig Gereformeerde Partij kent een sterke ingenieurs-traditie. Vanaf de oprichting in 1918 werd de partij steeds door dominees geleid, totdat in de jaren zeventig de ingenieurs het overnamen. ‘We spreken schertsend over het tijdvak van de predikers en het tijdvak van de ingenieurs,’ vertelt SGP-leider en weg- en waterbouwkundige Bas van der Vlies, de enige fractievoorzitter in de kamer met een ingenieursopleiding. Op het eerste gezicht is het wonderlijk dat een zo orthodox gelovige partij als de SGP talrijke ingenieurs in de gelederen opnam. Van der Vlies: ‘Jongelui uit mijn milieu hadden twee studie-richtingen: theologie voor degenen die “geroepen” waren óf een technische studie in Delft. Die laatste opleiding was ideologisch neutraal. Studies als geschiedenis of sociologie moest je mijden, want die brachten je in conflict met je geloof.’

Oefening in geduld
De ingenieursopleiding leert je denken in termen van oplossingen en alternatieven, zegt Van der Vlies. Hem komt geen kwaad woord over de lippen over de parlementaire democratie, maar wat hij als ingenieur mist aan het slot van menige kamervergadering is dit: ‘Even afvinken waartoe we precies hebben besloten.’ De debatten zijn hem te vaak ‘een oefening in geduld’ met weinig besluitvorming.
Op het Provinciehuis te Arnhem zit gedeputeerde ir. Lily Jacobs (PvdA). ‘Een ingenieur,’ zegt ze, ‘is iemand die de diepgang zoekt.’ De politiek daarentegen, dreigt te vervallen tot oppervlakkigheden. Beeldvorming overheerst alles. Jacobs zegt met cijfers de noodzaak te kunnen aantonen van de aansluiting van Nijmegen op de A-73. Maar haar partijgenoot op het ministerie van Verkeer, drs. Tineke Netelenbos, legt de prioriteit op de Randstad. Jacobs: ‘De persoonlijke beeldvorming van mijn partijgenoot is zó sterk, daar komt geen enkel argument doorheen.’
Een ingenieur is per definitie een ontwerper. ‘Nieuwsgierigheid is je drijfveer. Je wilt dingen scheppen en je wilt weten hoe ze werken. Maar in de politiek is nieuwsgierigheid een valkuil,’ vindt Jacobs. ‘In Nederland is iedereen gelijk, maar zo langzamerhand maken we de denkfout dat iedereen daarom ook gelijk hééft.’ Dat vrijwel iedereen op school en in het dagelijks leven voor ‘een pretpakket’ kiest, is nog tot daaraan toe. Erger is dat ‘het respekt voor deskundigheid ontbreekt’.
De trots van de ingenieur is ‘dingen maken die ook onder extreme omstandigheden werken’, zegt werktuigbouwkundige en wethouder ir. R. Bun (CDA) in Eindhoven. Het resultaat van die inspanningen is objectief. Maar de politiek is een wedloop van subjectieve deelbelangen die uitmondt in een compromis waarmee niemand echt tevreden is. Bun wilde in een onveilige straat de maximumsnelheid verlagen tot dertig kilometer. Winkeliers kwamen in opstand, omdat zij klanten zouden verliezen. Bun: ‘Ik vroeg hen hoe mensen inkopen zouden kunnen doen zonder vaart te minderen, te stoppen en uit te stappen.’
Sinds de ‘maakbare samenleving’ is verdwenen, kom je als ingenieur beter tot je recht in het bedrijfsleven, waar de vrucht van de arbeid meestal beter meetbaar is, vindt Bun . ‘Ik wil alleen maar informatie waar ik iets mee kan. Iemand dringt bij voorbeeld aan op cijfers over de kindersterfte in Eindhoven. En dan? Als we die cijfers hebben, wat zouden we vervolgens moeten doen? Heel vaak borrelen vragen op in de samenleving zonder dat iemand zich afvraagt wat er met het antwoord moet gebeuren.’ Vaak is sprake van een vaag gevoel van onbehagen. De politicus moet daar naar luisteren, zegt Bun. Vervolgens wordt de ingenieur in hem wakker: ‘Je analyseert een vraagstuk door de dingen eraf te kappen die niet wezenlijk zijn. Stap voor stap dring je door tot de kern. Zo maak je een probleem kleiner en kleiner. Zo bereik je het moment waarop je kunt zeggen dat je er een oplossing voor hebt.’
Landbouwingenieur Eppo Bolhuis (PvdA) zit nu een half jaartje in de kamer. Hij heeft de plaats ingenomen van Ella Kalsbeek, die staatssecretaris van Justitie werd. Bolhuis was eerder directeur van de Afvalverwerking Rijnmond en van Campina/Melkunie. De mond- en klauwzeer-epidemie van dit voorjaar was voor Bolhuis de politieke ontnuchtering. Hij had een meer rationele opstelling verwacht van de PvdA-fractie: royale steun voor een radicale ruiming van de verdachte stallen om te voorkomen dat het virus de hele veestapel verziekt. ‘Een rationele aanpak,’ zegt Bolhuis, ‘maar sommige fractiegenoten reageerden even emotioneel als mijn kleine kinderen. Zeker, iedereen kijkt met bloedend hart naar de beesten in de dierentuin die misschien geruimd moeten worden. Maar de politiek is er om verantwoording te nemen.’
Daarom voelen ingenieurs zich niet meer aangetrokken tot de politiek, denkt Bolhuis. ‘Ze worden het moe tegen al dat onbegrip te strijden.’ Hun expertise is de rekenkunde en daar is de hedendaagse politiek bepaald niet sterk in.
Ir. Pieter Hofstra, verkeerswoordvoerder van de VVD-kamerfractie, kwam tijdens de debatten over de tolpoortjes op een zeker moment met onthutsende cijfers. Terwijl iedereen zich het hoofd brak over de vraag of automobilisten zouden tolereren dat zij vijf tot zeven gulden moesten betalen voor het gebruik van een stuk snelweg in de spits, maakte Hofstra een rekensom. Hij nam de investering die was gemoeid met de tolpoortjesproef. Hij deelde dit bedrag door het aantal auto’s dat in de proefperiode de negen tolpoortjes zou passeren tijdens de spitsuren. De slotsom was dat de overheid twee jaar lang voor elke passage zestig gulden dokte om een tolheffing van maximaal zeven gulden te incasseren.
Ingenieurs zijn de lineaal in elke politieke discussie. ‘Ze geven de orde van grootte aan. Ze kennen het verschil tussen tienduizend en honderdduizend. Ze weten waar de komma moet staan,’ zegt Hofstra.

Weergaloos
Daarom brengt de ingenieur iedereen tot bezinning. Weergaloos was het optreden indertijd van SGP-kamerlid ir. Van Dis. Hij maakte er een gewoonte van bij de behandeling van wetsontwerpen voor gemeentelijke herindeling de geografische coördinaten na te rekenen. Telkens stuitte hij op enorme rekenfouten, zodat de beoogde gemeentegrenzen totaal anders kwamen te liggen. Van Dis diende vervolgens een amendement in dat bestond uit louter cijfertjes. Zonder zijn wiskundige inspanningen had de staatkundige kaart van Nederland er héél anders uitgezien.
Maar wat een nog groter verdienste was: Van Dis liet met zijn rekenkunde zien dat de politiek zich ergens mee bemoeit zónder precies te weten waarover het gaat.
Getallen dienen een plaats te hebben in de besluitvorming en het is aan de ingenieurs (en andere exact ingestelde mensen) om in die behoefte te voorzien.
De jurist mr. Laurens-Jan Brinkhorst verdedigde kort na zijn aantreden als minister van Landbouw in het parlement zijn strenge mestbeleid. Hij verkondigde dat het overschot in Nederland zó groot was dat de hele provincie Utrecht elk jaar onder een laag smurrie kon worden gezet. Van der Vlies: ‘Ik schrok enorm. Zóveel mest? Dat kon toch niet!’ Van der Vlies was niet snel genoeg met zijn berekeningen om Brinkhorst te interrumperen. Een paar dagen nadien klampte hij de minister nog eens aan. Daarop liet Brinkhorst weten dat hij onzin had uitgekraamd: niet de provincie, maar de stad Utrecht kon bedekt worden met mest. Van der Vlies: ‘Ook veel. Maar toch minder.’
Tijdens een recent debat over de volkshuisvesting kwamen de linkse partijen met een motie waarin een beperking van de huurverhoging werd bevolen voor kwalitatief mindere woningen. De VVD’er Hofstra twijfelde, want: ‘Niemand wist om hoeveel woningen het ging. Dus tastten we volledig in het duister over de budgettaire consequenties.’

Uniform
Op zulke momenten kan de politicus-ingenieur ‘op de achterkant van een sigarendoos’ een berekening maken en het debat naar zijn hand zetten. Want de ingenieur geniet ontzag en vertrouwen. Dit vloeit voort uit de geschiedenis van het vak. Ingenieurs zijn van oudsher echte overheidsdienaren. Hun opleiding ontstond twee euwen geleden als een specialisme aan de militaire academies van Breda en Delft, waar officieren van de genie technisch onderricht kregen. Omdat zij in de loop der tijd ook niet-militaire gebouwen en waterstaatkundige werken gingen ontwerpen, werd gesproken over ‘civiele techniek’. Deze naam geldt nog steeds voor de opleiding aan de universiteit van Delft.
Civiele techniekers, meestal in dienst bij Rijkswaterstaat, bleven tot ver in de negentiende eeuw een uniform dragen. Maar dan zonder sterren en strepen. Iets van hun autoriteit is blijven hangen. Van een ingenieur wordt verwacht dat hij de publieke veiligheid boven alles stelt. Maar zelf weet de ingenieur dat veiligheid altijd relatief is.
Vóór de ramp van 1953 had Rijkswaterstaat het Deltaplan klaar liggen in de kast. Maar pas nadat duizenden mensen waren verdronken, kwam er geld voor de uitvoering. Nu denkt de burgerij dat zoiets nooit meer kan gebeuren. Opnieuw worden de ingenieurs misverstaan. Zij hebben de waterkeringen ontworpen op één watersnoodramp per honderd eeuwen. Het noodlot kán dus ook overmorgen toeslaan.
Dat de kans op een ongeluk in een nieuwe metro-buis niet is uit te sluiten; dat de snelwegen ontworpen zijn op een zeker aantal doden per jaar en dat een vliegramp tamelijk onwaarschijnlijk is, het zijn berekeningen waarover een ingenieur-politicus beter kan zwijgen. Absolute veiligheid is een illusie die in tact moet blijven. In de hedendaagse televisiedemocratie accepteert het publiek alleen garanties. Bovendien wordt een beetje overlast al snel een ‘ramp’ genoemd.

Evenwicht
Hoe houden ze zich dan staande, de laatste ingenieurs in de politiek? Luisteren naar de mensen, is het parool. Vakidiotie vermijden. ‘Ik ben in de eerste plaats politicus en in de tweede plaats ingenieur,’ zegt Hofstra. ‘Je zoekt een evenwicht tussen emotie en reden. Zo probeer je tot een oplossing te komen,’ stelt Bolhuis. Wethouder Bun is blij dat hij reeds in zijn studententijd politiek actief was: ‘Daardoor kreeg ik oog voor het technische resultaat én voor het maatschappelijke proces.’
Geduputeerde Jacobs geeft het voorbeeld van het dorpje Weurt, waar de bewoners een direct verband legden tussen een opvallend aantal doden door kanker en de aanwezigheid van een chemische fabriek. ‘In zo’n geval mag de ingenieur niet cool reageren. Wij gingen in overleg met de buurt, waarbij het opvallend was hoeveel technische deskundigheid de mensen naar voren brachten. Uiteindelijk brak het moment aan waarop we zeiden: “Tot zover kunnen we gaan met telkens een nieuw onderzoek. Nu nemen wij onze verantwoordelijkheid.”’ De verontruste burgers accepteerden dat. Ze vertrouwen de gedeputeerde. Misschien op grond van haar ingenieurstitel; misschien omdat Lily Jacobs vlakbij woonde, in Nijmegen-West.
In september 1966, enkele jaren voor zijn dood, blikte ir Hein Vos in Elseviers Weekblad terug op zijn Plan van de Arbeid en zijn rol als minister van Economische Zaken in de na-oorlogse periode. ‘Als ik mijn leven kon overdoen, zou ik dan weer een politieke loopbaan kiezen?’ vroeg de oude sociaal-democraat zich af. ‘Ik twijfel. Zolang we hier niet de Verenigde Staten van Europa hebben, zijn de zaken die je hier kunt aanpakken duidelijk kleiner en provincialer dan vroeger. Nederland is, op zichzelf genomen, niet interessant genoeg meer. (…) De jonge ingenieur die ik was, zou nu misschien de maatschappij willen dienen door zijn aandeel te leveren in de fascinerende ontwikkeling van de wetenschap, waardoor het aanzien van de wereld van morgen wordt bepaald. Ik denk aan de kernfysica, aan de rol van de computer, de automatisering…’
Zo cijfert de ingenieur uiteindelijk ook het belang van de politiek weg tot een relatieve grootheid in een wereld van getallen en technieken. Of heeft de politiek juist nu behoefte aan ingenieurs?
‘Ik weet niet of een ingenieur ontzag inboezemt,’ zegt gedeputeerde Jacobs. Ze constateert alleen dat de politieke dogma’s vandaag de dag niet technisch-economisch zijn, maar psychologisch. Dat brengt politici in de verleiding populaire trucs toe te passen. Een soort roofbouw op het politieke systeem. De ingenieur in haar komt tot leven als Jacobs wijst op de instortingsgevaren van een huis waarin de objectiviteit ontbreekt: ‘Een te hoog entertainment-gehalte ondermijnt de democratie.’

-4 Toegevoegd op: 19-12-2012 11:52:02
ol35Cu , [url=http://bgcgagbfeveh.com/]bgcgagbfeveh[/url], [link=http://wvzafdnhowjn.com/]wvzafdnhowjn[/link], http://zrcdmmxbwizl.com/
yazscn
-4 Toegevoegd op: 14-12-2012 01:55:41
a0ZHs7 rliowgjircih
qhsdydah
-4 Toegevoegd op: 12-12-2012 15:38:27
DHTUAI , [url=http://efeixkahkrlo.com/]efeixkahkrlo[/url], [link=http://hhercgpmbjmh.com/]hhercgpmbjmh[/link], http://dmtkgnvgxngr.com/
qiztwxd
-4 Toegevoegd op: 12-12-2012 04:55:45
QIuYA6 dyeqfmzvytak
qbmscdmu
-4 Toegevoegd op: 11-12-2012 08:35:57
Beste Nienke,Inmaakazijn kun je gewoon in de surpemarkt krijgen (soms staat ook natuurazijn op de fles), voor een zachtere smaak kun je ook gerust witte wijnazijn of zelfs balsamicoazijn nemen.Hartelijke groet, de redactie
Fatime
Titel: *
Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Anti-Spam protectie
Type deze code over a.u.b.:
*